De onrepresentatieve representatie-democratie

Door Thijs_O op vrijdag 2 april 2010 01:30 - Reacties (18)
Categorie: Algemeen, Views: 5.169

”Nederland is een constitutionele parlementaire monarchie, een staatsvorm waarbij de macht gedeeld wordt door de koning(in), de ministers en het parlement, al is de invloed van eerstgenoemde beperkt.
Een constitutionele parlementaire democratie dus. Beatrix knipt lintjes, Balkenende regeert met ’t handjevol ministers en ’t parlement helpt bij de wetgeving en controleert de regering (met het kabinet en dus de coalitie van regerende partijen) op het juist uitvoeren van hun werk. Tegelijk zijn we ook een representatie democratie. Dat betekent dat niet alle burgers participeren in beleidsvorming maar we kiezen daarvoor volksvertegenwoordigers: het Parlement, bestaande uit Eerste en Tweede Kamer. Oftewel: wij stemmen op Femke, Geert en Jan-Peter zodat zij onze wensen en belangen in beleid kunnen omzetten.

Nu is een gezelschap bestaande uit maar liefst 20 ‘Commissies’ of ‘Onderzoeksraden’ naar voren gekomen met vervelend nieuws. Nederland komt geld tekort, en flink ook. De overheid moet bezuinigen. Het past een beetje in de sfeer van de economische depressie, crisis enzovoort waar we al sinds 2008 mee zeulen en de meeste mensen zullen het nieuwsbericht dan ook aan zich voorbij laten gaan, ondanks het feit dat het ‘deze keer’ om heel veel geld gaat. Er is echter een klein detail: de verkiezingen komen eraan!

De onderzoekscommissies kwamen namelijk ook met een hele reeks mogelijke bezuinigingspunten voor de diversiteit aan collectieve uitgaven van de overheid ťn men gaf aan hoeveel geld bespaard kan worden. Kortom: perfect materiaal voor de partijprogramma’s van alle politieke spelers bij de aankomende verkiezingen. Die kunnen hun standpunten nu staven met cijfermateriaal dat aantoont hoe effectief de door hen beoogde bezuinigingen kunnen zijn. In theorie betekent dit dat het voor de kiezer veel duidelijker wordt waat hij voor moet stemmen, in plaats van abstract geklets kan direct zien wat zijn partij wil en wat het effect daarvan is. En die duidelijkheid is precies wat de burger wil. Iedereen blij.

Helaas is er een klein probleempje. Onze representatie-democratie is niet representatief. Dat wil zeggen: de volksvertegenwoordiging en diens handelen is geen goede afspiegeling van het volk en diens handelen. Dat zit hem in een simpel punt: politici – de gekozene - zijn hoogopgeleid (naast meestal ‘autochtoon’ en ‘man’), de kiezer is dat dikwijls niet. Dat is een messteek voor onze democratie: de politici kunnen nooit de meest optimale beslissingen nemen of idealen nastreven maar moeten een tastbaar, toegankelijk en voor iedereen begrijpelijk partijprogramma hebben. Dat doet de PVV erg sterk, een populistische partij: men kiest standpunten die de meerderheid van de bevolking zal steunen en vergaart zo een grote aanhang.

Het huidige begrotingstekort en de zojuist voorgestelde bezuinigingen, die een van de grootste peilers van deze verkiezingen zullen vormen, tonen dit democratie-dilemma op pijnlijke wijze aan. Ik neem twee voorgestelde bezuinigingen als voorbeeld om aan te tonen waar m.i. de zwakte van ons systeem in zit:

Voorstel 1, categorie ‘Openbaar bestuur: “Provincies en waterschappen opheffen, alleen grote gemeenten”
Geraamde besparing: 1.8 miljard Euro
Analyse: Het idee is dat de bestuurlijke provincies worden opgeheft, dus de provinciale staten en de bijbehorende verkiezingen. Gemeenten zullen groter worden (richting stedelijke agglomeraties) en de waterschappen zullen er een onderdeel van gaan worden.
Perspectief politicus: De bestuurlijke provincies zijn ouderwets, de opkomst bij het stemmen is relatief laag en de burger voelt zich nauwelijks betrokken met de vorming van bijvoorbeeld de provinciale staten. Het stamt uit een tijd waarin communicatie langzamer verliep en er meer behoefte was aan autonomie, ook omdat de provincies vroeger onafhankelijke staten waren. Nu is het een onnodige toevoeging van het ambtenarenapparaat. Grotere gemeentes nemen deels de functie over en door waterschappen met gemeenten te combineren kan men nu bestuurlijke regio’s definiŽren met een eigen kern en periferie, markt en afzet en zo gerichter beleid vormen, met een kleiner ambtenarenapparaat en dus minder onkosten.
Perspectief burger: ‘Men kan niet zomaar de provincies afschaffen’. De doorsnee burger (die niet per definitie hoog opgeleid is) zal moeilijk snappen dat de bestuurlijke provincie niet hetzelfde is als ‘Drenthe’. Hoewel het niet de bedoeling is om de unieke identiteit van de verschillende provincies omver te schoppen, zal de burger een dergelijke bezuiniging wel zo opvatten. Hetzelfde voor de gemeente: men zal een angst ontwikkelen dat de lokale identiteit verloren gaat en er geen ruimte meer is voor de individuele burger en dat alles van ‘hogerop’ geregeld moet worden. Al met al zal de burger zich moeilijk kunnen identificeren met deze bezuiniging omdat het vrij abstract is. Daarom zullen politieke partijen hier ook weinig op in zetten.


Voorstel 2, categorie ‘Zorg’: “De verhoging van het eigen risico in de zorg tot 775 euro”
Geraamde besparing: 3.8 miljard Euro
Analyse: Het idee is om het huidige eigen risico zoals gezegd te verhogen naar 775 euro. Wat dit concreet betekent is dat de overheid minder geld kwijt is aan de zorg.De keerzijde hiervan is echter dat de verzorgingsstaat aan kracht inboet.
Perspectief politicus: Uit de reacties in de media is al gebleken dat veel politici tegen dit idee zijn. Nederland is al lange tijd een verzorgingsstaat waar rekening wordt gehouden met de mensen met een lager inkomen en wordt gestuurd op nivellering van de inkomens door vooral de linkse partijen. Het is aannemelijk dat de linkse partijen dit idee dus ook compleet afschieten als optie in deze verkiezingsstrijd. Er is een kans dat sommige liberale en rechtse partijen echter vůůr het idee zijn: de overheid bespaart zo veel geld en de burger is vanaf 775 euro nog steeds gedekt door die overheid zodat we nooit onmogelijke rekeningen krijgen van duizenden euro’s en met enorme schulden achter blijven. Er valt voor beide kanten veel te zeggen.
Perspectief burger: Dit voorstel is perfect voor deze verkiezingsstrijd. Waarom? Vrij simpel. [1] Het is een simpel en heel concreet plan. [2] Het staat dicht bij de burger (i.t.t. het vorige voorstel). [3] De doorsnee burger (ook de lager opgeleide of ongeÔnteresseerde burger) kan het voorstel snappen en een mening vormen. [4] Het voorstel is makkelijk met een JA/NEE positie af te wijzen of goed te keuren. Ideaal materiaal voor ’n verkiezingscampagne die dicht bij de burger staat, dus.

Wat laten deze twee voorbeelden zien? Zoals gezegd: soms zijn de meest ideale opties niet datgene wat politici kiezen omdat het volk het niet zou snappen of bevatten. Dat is in mijn ogen de zwakte van onze huidige democratie. Het is mooi dat iedereen kan stemmen en dat ieders mening telt, maar het is ook een zwakte. In vroegere tijden kon lang niet iedereen stemmen, maar zij die dat deden waren wel politiek betrokken. De kiezer en gekozene konden op hetzelfde hoogwaardige niveau communiceren. Populisme bestond niet, Geert Wilders zou geen succes hebben gehad.

Politiek moet nu enorm versimpeld worden. De burger is soms net een klein kind. De burger wil geen bezuinigingen. Houd maar een referendum, een volkspeiling – pure democratie! Vraag de burger of ze het eigen risico willen verhogen. Als meer dan 20% ‘JA’ zegt, zou ik raar opkijken. Want de burger vindt het niet leuk om zo aangetast te worden in zijn persoonlijke situatie. Maar wanneer je de burger vraagt hoe men dan moet bezuinigen: ’da week nie’ – even generaliserend. En misschien blijken er dan wel andere inventieve mogelijkheden tot effectieve bezuiniging te zijn, zoals het opheffen van de bestuurlijke provincies. Maar daarmee win je geen stemmen als partij.